RSS

De brieven die Johannes Bosscha in de jaren 1788-1793 aan zijn vriend Gerard Tjaard Suringar in Leeuwarden schreef, behoren tot mijn favoriete collecties in de bibliotheek. Bosscha verbleef in die tijd in Parijs, als huisonderwijzer bij de Nederlandse familie Abbema, en was dus een ooggetuige van de Franse Revolutie waarover hij uitvoerig verslag doet. In 2002 heb ik deze interessante en vlot geschreven brieven gepubliceerd in ‘Voor revolutiën gebooren’ (Leeuwarden 2001) (uokw 095S 023; TC 2456 (21)). De teksten (in concept, en zonder de inleiding) zijn ook in de repositories van de UB te vinden.

abbema-portret.JPGDat plaatsing in de repositories kan leiden tot totaal onverwachte lezers bleek vorig jaar, toen ik een brief ontving van iemand die vroeg naar een portret van Bosscha’s werkgever, Balthasar Elias Abbema, die een directe voorvader van hem zou zijn. Op zich is dat niet zo vreemd, maar deze briefschrijver woont in/op Sardinië, dus daar wilde ik wel meer van weten, ook omdat ik indertijd niet veel had kunnen vinden over hoe het verder was gegaan met de vier kinderen Abbema – twee zoons en twee dochters. De familie was in 1793 Parijs ontvlucht en naar Altona bij Hamburg vertrokken, en Abbema kon pas in 1800 naar Amsterdam terugkeren.

Volgens Giancarlo Pinna Parpaglia zit het zo: de oudste van de beide dochters, Constantia, is waarschijnlijk jong overleden en over de jongste zoon, Balthasar Elias jr., die in 1800 bij zijn vader in de zaak kwam, heeft hij geen verdere gegevens omdat de familie toen weer in Nederland was. De oudste zoon, Jan Frederik, werd sous-prefect van Amsterdam, uit welke functie hij in 1812 is ontslagen. In het jaar daarvoor was hij al teruggegaan naar Parijs, want in december 1811 trouwde hij daar met Louise de Narbonne, een kleindochter van Lodewijk XV. Hun zoon Emile had een dochter Louise (1853-1927) – zij spelde haar achternaam als Abbéma – een in haar tijd gevierd kunstenares en de minnares van actrice Sarah Bernardt, die ze in 1876 portretteerde. Zij overleed kinderloos.

Van de kinderen uit het tweede huwelijk van de jongste dochter Abbema, Maria Catharina Theodora, met Jean Joseph Escard, kwam Maximilien als kolonel in Sardinië terecht, waar hij zich vestigde, en een van de achterachterkleinkinderen van deze Massimiliano (via dochter Costanza, kleinzoon Rodolfo Stevani en achterkleindochter Vania) is meneer Pinna Parpaglia, de briefschrijver.

Nu maar hopen dat er zich, van waar dan ook, iemand meldt met nieuws over het nageslacht van Balthasar Elias jr., de jongste zoon.