RSS

Onlangs kreeg ik het verzoek om foto’s en gegevens te leveren voor Digital Image Archive of Medieval Music, ofwel DIAMM (www.diamm.ac.uk), een online verzameling van middeleeuwse en vroegmoderne bronnen voor muziek. Het ging om onze incunabel 70, maar dan niet om de teksten die daar in staan, wel om stukken ‘oud papier’ die in de band zijn verwerkt.

Het boek zelf is een zogenaamd ‘convoluut’: het bestaat uit meer dan één ‘boek’, bijelkaar ingebonden. In dit deel is een moraaltheologisch werk van de vijftiende-eeuwse Franciscaan Angelus de Clavasio, Summa Angelica de casibus conscientiae, gedrukt in 1491 door Martin Flach te Straatsburg, gehecht aan een glossarium van afkortingen van juridische termen, Modus legendi abbreviaturas, verschenen bij Joannes Koelhoff de Jongere in Keulen, 1493.

In de eerste gedrukte catalogus van de bibliotheek, vervaardigd door Gerard Lammers en gepubliceerd in 1669, staat Summa Angelica wel en Modus legendi niet genoemd. Het boekdeel is in de jaren 1620 in de Universiteitsbibliotheek terechtgekomen als onderdeel van de boekenverzamelingen uit geseculariseerde kloosters, die waren bijeengebracht in de Martinikerk, en die toen door de provincie aan de universiteit zijn overgedragen. Een aanwijzing hiervoor is te vinden op een van de schutbladen, die om verschillende redenen minstens zo interessant zijn als de teksten zelf.

fols-i2v-verso-front-flyleaf-and-fol-2r-2.jpgDe vier bladen die zijn gebruikt als dek- en schutbladen zijn fragmenten afkomstig uit een laat veertiende-eeuws handschrift op perkament geschreven. Drie bladen bevatten stukken uit muziektheoretische teksten in het Latijn, met voorbeelden in muzieknotatie. Op het vierde blad staat de intabulatie voor de begeleiding van twee Franse liederen, getiteld ‘Asperance’ en ‘Empris domoyrs’.

Voor muziekhistorici is dit belangrijk materiaal, en er zijn al diverse publicaties aan gewijd, onder meer van de hand van Maria van Daalen en Frank Harrison, ‘Two keybaord intabulatons of the late fourteenth century on a manuscript leaf now the the Netherlands’, in Tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis 34 (1984) 97-108 (opgenomen in JSTOR), en Michael Scott Cuthbert, ‘Esperance and the French song in  foreign sources’, in Studi Musicali 36 (2007) 3-21.

Beschrijving (in het Engels) en foto’s worden opgenomen in DIAMM en maken tevens deel uit van onze Digital Collections.

Belangwekkend is ook een aantekening op het dekblad achterin, waar de eerste eigenaar van het boek genoteerd heeft hoeveel hij had betaald voor de aankoop en het binden van de twee boeken:

fol-ii1r-back-pastedown-detail-aantekening-over-aankoop-en-binden.jpg

‘Item monete 1491 xiiij stüferos summa angelica modus legendi duos stüferos planatura totius iiij- [het haaltje door de laatste lange i geeft aan dat het om een halve gaat] stüferos et pro compactione x stüferos hec computata faciunt aureum renensem et iij- stüferos hec acta 1497.’

Ofwel: Summa Angelica is in 1491 – het jaar waarin het gedrukt was – gekocht voor veertien stuivers, terwijl Modus legendi er twee kostte. Het bijwerken van de boeken kostte drie en een halve stuiver, het binden nog eens tien. De totale kosten bedroegen een gouden Rijnse gulden plus nog drie en een halve stuiver. (Een simpel rekensommetje leert dat 26 stuivers een gouden Rijnse gulden maakten.)

De stijl van de band kennen we van in Groningen gebonden boeken, en bovendien komen vergelijkbare aantekeningen, in hetzelfde handschrift, voor in nog twee incunabelen, die beide eigendom waren van de ‘clericus’ Hilbrandus Wissinck. We mogen dus wel aannemen  dat hij degene was die de beide boeken die nu inc. 70 vormen heeft gekocht en bijelkaar heeft laten binden. Via zijn erfgenamen kwamen de drie boeken in de bibliotheek van de Martinikerk terecht, en vandaar zijn ze in de jaren 1620 naar de Universiteitsbibliotheek overgebracht.