HS Add 382: Reisverslag van Daniel Gerdes
11 November 2009
De UB bezit een kerkhistorisch collegedictaat van Gerdes (HS Add 11), een deel van zijn correspondentie en de meeste van zijn publicaties. Het bestaan van Gerdes’ reisjournaal was tot nu toe niet bekend. Het wordt niet genoemd in de biografische schets die zijn schoonzoon Ewald Hollebeek schreef, noch in K.M. Witteveens dissertatie over Gerdes uit 1963.Het boekje in octavoformaat (16 x 11 cm) is gebonden in perkament en bevat 135 bladen. Voorin ligt een briefje met de volgende notitie:”Journaal van de reis ondernomen door den beroemde Geleerde Daniel Gerdes, later hoogleeraar te Groningen. (geb. te Bremen 19 april. 1698, overl. 11 febr. 1765.) Na op den 29 Junij 1722 examen als proponent in ’s Hage te hebben afgelegd ondernam Gerdes den hier beschreven togt door Duitschland, Zwitserland en door een deel van Frankrijk, den 17 Julij 1722 tot aan den 24 December Zie over de uitkomst van de reis en over de levensgeschiedenis van Gerdes zelve het berigt door zijn schoonzoon, den bekenden Leidsche hoogleeraar Ew. Hollebeek, in het licht gegeven vóór D. Gerdes Specimen Italiae Reform. L. 1765. 4o. in praef.”Notities in hetzelfde handschrift zijn toegevoegd aan de brievenverzameling van Gerdes die zich in de UB bevindt en aan HS Add 11, Gerdes’ collegedictaat over kerkgeschiedenis. De laatste is ondertekend door G.H.M. Delprat en gedateerd 1854. Delprat (1791-1871), predikant te Rotterdam, was getrouwd met Anna Cats, een achterkleindochter van Gerdes, en heeft blijkbaar de papieren nalatenschap van Gerdes beheerd.
Het reisjournaal heeft geen titelpagina of iets dergelijks waar Gerdes zich als auteur noemt. Vergelijking van het handschrift in dit boekje met dat van zijn brieven en het collegedictaat toont aan dat het inderdaad om dat van Gerdes gaat.
Gerdes reisde per koets, te paard en te voet langs talrijke plaatsen, waaronder Kleef, Keulen, Heidelberg, Stuttgart, Tübingen, Schaffhausen, Zürich, Bern, Genève, Bazel, Straatsburg en Koblenz. Meestal verbleef hij een aantal dagen in een bepaalde stad en maakte van daaruit uitstapjes naar omliggende plaatsen. Hij bezocht allerlei bezienswaardigheden, bibliotheken en boekhandels, en legde visites af bij geleerden, vooral theologen. Van die bezoeken, ontmoetingen, gespreksonderwerpen, bezichtigde en gekochte boeken, bewonderde schilderijen en beluisterde preken maakte hij aantekeningen in zijn dagboek. Met een aantal van zijn gastheren en kennissen bleef hij in correspondentie. Een deel van die brieven wordt in de UB bewaard (andere zijn in de UB Bazel). Zijn vele geleerde contacten hielpen hem later ook bij het samenstellen van een van zijn bekendste publicaties, Florilegium historico-criticum librorum rariorum (Groningen en Bremen), een bibliografie van c. 400 titels van zeldzame boeken, vooral over theologie, die tijdens zijn leven drie keer is gedrukt (1740, 1747, 1763).
Het reisverslag van Daniel Gerdes geeft een interessant beeld van een geleerdenreis in het begin van de achttiende eeuw en bevat interessante informatie over contemporaine theologische discussies en literatuur.