Het ‘eeuwig edict’
29 August 2008
Op de voorzijde van de uitnodiging voor de opening van het academisch jaar 2008-2009 staat de feestelijk verlichte gevel van het Academiegebouw afgebeeld, terwijl de achterkant een fragment toont van het zogenaamde ‘eeuwig edict’, waarmee op 14 juli (’prid. Eidus Iulii’) 1614 de instelling van een Illustre School of Academie te Groningen werd aangekondigd. Het eerste academisch jaar zou aanvangen op 23 augustus.
Het Universiteitsmuseum bezit een exemplaar van deze aankondiging, dat het ontving bij de oprichting, in 1934, als het eerste geschenk (klik twee keer op de foto om een leesbare tekst te zien). De tekst is ook afgedrukt in Effigies & vitae Professorum Academiae Groningae & Omlandiae, gepubliceerd in 1654, toen de Universiteit veertig jaar bestond. Dit boek bevat een historisch overzicht en biografieën van de drie voorlopers van de universiteit - Wessel Gansfort, Rudolf Agricola en Regnerus Praedinius - en van de hoogleraren. Alle levensbeschrijvingen zijn voorzien van gegraveerde portretten, vervaardigd door Steven van Lamsweerde, die daar al in 1645 mee was begonnen.
In 1968 gaf de Stichting Groninger Universiteitsfonds, ter gelegenheid van haar 75-jarig bestaan, een facsimile-uitgave van Effigies uit. Daaraan is een Nederlandse vertaling van de hand van V. Schmidt en F.J.E. Tichelman toegevoegd.
De Latijnse tekst en de hiernaast afgebeelde Nederlandse vertaling zijn ook nog eens op een enkel blad gedrukt.
Een van de zaken die bij het doorlezen opvallen, is dat de PR-argumenten van 1614 niet zo veel verschillen van die van 2008. Zo wordt na de opsomming van de vakken die gedoceerd zullen worden aangegeven dat de Universiteit naar excellentie streefde: ‘En om deze vakken te doceren en leiding te geven aan de disputaties zullen wij met Gods hulp zeer kundige professoren aanstellen, voldoende in aantal, royaal bezoldigd en door vermaningen en weldaden tot nauwgezette plichtsbetrachting aangezet.’
Ook in 1614 ging er niets boven Groningen: ‘… de uitzonderlijk gunstige ligging van deze stad, waarvan men kan menen, dat zij door de natuur is voorbestemd de Muzen een woonplaats te bieden. Zij is zeer liefelijk gelegen, heeft een zuivere en gezonde lucht en milde overvloed van allerhande voedsel en vele mogelijkheden voor een passende huisvesting en andere dingen van dien aard.’
Je zou bijna denken dat het het eerste scherm van de universitaire website was!

