RSS

swinderen-van-doctorsbul.jpgOnlangs verwierf het Universiteitsmuseum de doctorsbul, geschreven op perkament en voorzien van het zegel van de universiteit, die op 26 november 1806 werd uitgereikt aan Theodorus van Swinderen tijdens een plechtige promotiezitting ‘met de kap’, nadat hij een ‘disputatio juridica’ had verdedigd. Een dergelijke ‘promotio more majorum’ vond alleen op speciaal verzoek plaats. Ook Van Swinderens grootvader, Wicher van Swinderen, was in 1766 met de kap gepromoveerd. De beschrijving daarvan is (in het Latijn) te vinden in W.A. Jonckbloet, Gedenkboek der Hoogeschool te Groningen (Groningen 1864), pp. 331-333).

swinderen-van-warmelo.png

Samen met de doctorsbul verwierf het Universiteitsmuseum twee brieven, die het aan de Uswinderen-van-brief-1832-2.jpgniversiteitsbibliotheek heeft overgedragen. Het zijn condoleancebrieven, geschreven door Van Swinderen en zijn vrouw Annette aan baron Sloet, een oom, die huis Warmelo te Diepenheim bewoonde, bij het overlijden van een zoon, in december 1831, en de echtgenote van de baron, in mei 1832.

De brieven zijn dan ook voorzien van zwarte in plaats van de gebruikelijke rode lakstempels. Enveloppen werden niet gebruikt: brieven werden gevouwen en verzegeld.

swinderen-feithhuis-2.jpg

Theodorus van Swinderen (1784-1851) heeft zijn hele leven aan het Martinikerkhof Z.Z. 10 gewoond, tegenwoordig het Feithhuis. Na studies in de rechten en de natuur- en scheikunde vervulde hij een aantal jaren de functies van schoolopziener en inspecteur van de Groninger academie. In 1815 werd hij benoemd tot hoogleraar in de natuurkundige wetenschappen. Diepgravende geleerde werken zijn niet te vinden in zijn lange bibliografie: hij was vooral een popularisator en volksopvoeder die over de meest uiteenlopende onderwerpen schreef.

Als verzamelaar bracht van Swinderen een grote collectie naturaliën bijeen, het Museum van Natuurlijke Historie, waarvoor hij in binnen- en buitenland stukken verwierf.

Verder was hij een ijverig oprichter en bestuurslid van tal van genootschappen. Daarvan is het in 1801 gestichte Natuur- en Scheikundig Genootschap het enige dat nog bestaat. Hij verwierf daarvoor het pand aan de Poelestraat waarin nu Images is gevestigd.

swinderen.jpgswinderen-praedinius-omgeving.jpgVan Swinderen was regelmatig in de weer om standbeelden en gedenktekens opgericht te krijgen in de stad en de provincie, zoals in 1810 een nieuwe steen op het graf van Regnerus Praedinius (op het Martinikerkhof, op de foto achter de lantaarnpaal), in 1826 een monument voor graaf Adolf van Nassau te Heiligerlee, die daar in 1568 was gesneuveld, en diverse grafmonumenten.

Een voorbeeld van de papierwinkel waar dergelijke initiatieven toe leiden, is dit extract uit de notulen van 11 december 1810 van het Departement Groningen van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen, waarin voorgesteld wordt om het bedrag dat men tekort komt op de post vervaardiging van de grafzerk voor Praedinius aan te zuiveren uit de Departementskas.

swinderen-gockinga0002.jpg

swinderen-kop-groot-2.jpgNa zijn dood werd ook Van Swinderen zelf met een gedenkteken geëerd. Dat werd in 1861 geplaatst in de tuin van het Groene Weeshuis en kon vanuit de Hofstraat bezichtigd worden. Alleen de in het monument opgenomen kop en vier gedenkplaten verhuisden mee naar Hilghestede aan de Verlengde Hereweg, waarin het Groene Weeshuis van 1933 tot 1984 gevestigd was. In 1989 zijn deze stukken aan het Universiteitsmuseum overgedragen. Ze stonden een aantal jaren op de binnenplaats tusen UB en UM, maar sinds daar het paviljoen is gebouwd, zijn de kop en een van de stenen opgesteld langs de ‘Catwalk’ die naar de ingang van het museum leidt.

swinderen-kop-klein.jpg

In 1990-1991 organiseerden het Universiteitsmuseum en in het Veenkoloniaal Museum te Veendam een tentoonstelling over Van Swinderen, vooral over de ‘Gedenktekens door en voor hem gesticht’, waarbij een catalogus verscheen van de hand van IJnte Botke.

swinderen-van-omslag-cat.jpg