RSS

Met twee Noord- Nederlanders en een Zuid-Nederlander, twee Duitsers en een Schot was het zestal hoogleraren dat in 1614 in Groningen aantrad een internationaal groepje. Ook de studenten kwamen van het begin af aan uit binnen- en buitenland. Het ligt daarom voor de hand aan te nemen dat de Earl of Kintore, die als alumnus in 1780 de bibliotheek een fraai boekwerk cadeau deed, als jongeman tijdelijk in Groningen had gewoond en gestudeerd. Volgens de inschrijving in het album van de universiteit was Antony Adriaan Falconer (1742-1804) echter een ‘Groninganus’, op 20 december 1759 geïmmatriculeerd als student in de artes liberales, de vrije kunsten. Zijn moeder Rembertina Maria stamde uit de aanzienlijke familie Van Iddekinge, terwijl zijn Schotse vader, William Lord Falconer of Halkerton, die in 1733 in Groningen aan een studie in de rechten was begonnen, officier in het Staatse leger werd. Hun zoon trouwde Christina Elisabeth Sichterman,  geboren in Bengalen als dochter van Jan Albert Sichterman die, in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie, een immens vermogen had vergaard en bij terugkeer in Groningen een stadspaleis aan de Ossenmarkt liet bouwen.

anthony_adrian_7th_lord_halkerton_earl_kintore

Kort na het huwelijk, op 9 maart 1766 gesloten in de Academiekerk, vertrokken Antony Adriaan en zijn bruid naar Schotland om zijn erfrechten en die van zijn kinderen veilig te stellen. In 1778 gingen de titels van graaf van Kintore en Lord Keith op hem over.

Falconers geschenk aan de Groningse universiteit is een prachtig geïllustreerd tweedelig boekwerk in folioformaat, Mark Catesby’s The natural history of Carolina, Florida and the Bahama Islands (Londen 1771), met beschrijvingen en afbeeldingen van dieren in hun habitat. De tekst is zowel in het Engels als het Frans. (bron portret: de stamboom van de Lords Falconer op  http://members.chello.nl/w.spaak/Spaak/Lords_Halkerton.htm)

Kintore redlegged thrush

Kintore titelpagina geheelDe inscriptie op de titelpagina laat zien dat hij Groningen nog niet vergeten was: ‘Edinburgh,Georges Square Aprill 26th1780. These two Volumes Containing the Wonders of Nature, I have thought proper to bestow upon the University of Groningen and Omlanden for the Esteem I still retain, and always hope to continue the same. Antoon Adriaan Falconer now Earl of Kintore’.

Het boek kwam waarschijnlijk uit zijn eigen bibliotheek, want voorin zit een exlibris:

Kintore exlibris

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggevonden fragmenten Rijmbijbel

Vorig jaar slaagde KB-collega Ed van der Vlist er in een aantal fragmenten van een veertiende-eeuwse Rijmbijbel in het Middelnederlands aan te kopen. Het verhaal over deze acht dubbelbladen en wat er aan de aankoop vooraf ging is op zijn blog te lezen. Een paar maanden later had Ed een primeur voor een groep van Nederlandse handschriftenonderzoekers, in Den Haag bijeen als leden van het gezelschap het Draakje: toen hij de bladen op foto’s en in het echt toonde, vielen sommigen van ons bijna van de stoel van verbazing bij het herkennen van de hand die de tekst van de fragmenten heeft geschreven als die van het Gronings-Zutphense Maerlanthandschrift!

 

KB 79 K 25

KB 79 K 25

 

Een bladzijde uit HS UB Groningen 405 (gemaakt toen het boek uit de band was gehaald)

Een bladzijde uit HS UB Groningen 405 (gemaakt toen het boek uit de band was gehaald)

 

Detail van het fragment

Detail van het fragment

 

Detail uit HS 405

Detail uit HS 405

Een nauwkeurige vergelijking van fragmenten en boek staat nu hoog op de agenda, want deze vondst roept allerlei nieuwe vragen op naar de plaats van ontstaan van de Groningse Rijmbijbel.

 

 

ABOAnnotated Books Online now gives full open access to our MS 494, the copy of the Erasmus Bible  printed by Johann Froben in 1527 which was heavily annotated by Martin Luther and Regnerius Praedinius (see a previous post [in Dutch])With its user tools such as extensive search, viewing and annotating options, ABO invites new and original ways of studying annotated books.

MS 494 contains two publications,  and Novum Testamentum ex Erasmi Roterodami recognitione and Des. Erasmi Roterodami in Novum Testamentum annotationes

Among the four dozen books already published in ABO is another volume that once graced Luther’s bookshelves. It is a copy of Homer’s works, printed in Venice by Aldus Manutius in 1517, now preserved in the library of Columbia University. It was presented to him by its first owner, Philip Melanchthon, who studied it extensively when teaching in Wittenberg, as his annotations show.

Here are some announcements in the Dutch press: the website of NWO, and Centraal Bureau voor Genealogie.

Het Groote Tafereel der Dwaasheid

In de laatste maanden van 1720 bracht de eerste wereldwijde beurscrash speculanten in Frankrijk, Engeland en de Nederlanden aan de rand van de afgrond of duwde hen er in. In Londen en Paris bleken de, vaak met geleend geld gekochte, aandelen van de South Sea Company en de Mississippi Company van John Law, een Schotse econoom die de protectie van de Franse koning genoot, plotseling niets meer waard. De windhandel was ook overgewaaid naar de Nederlanden, waar velen hun schuldbekentenissen in aandelen omzetten om daar mee te gaan speculeren.
uklu MvO F 113A Ter eeuwiger gedagtenisEen satyrische reactie op deze gebeurtenissen verscheen in Amsterdam: Het Groote Tafereel der Dwaasheid, ‘Gedrukt tot waarschouwinge voor de Nakomelingen, in ’t noodlottie Jaar, voor veel Zotte en Wyze. 1720’.

De verzameling bevat een vijftal tekst, waaronder Blijspelen en Gedigten op de Windhandel, gevolgd door een serie merkwaardige platen, deels van Franse, deels van Nederlandse origine.

In de bewaard gebleven exemplaren van dit werk komen allerlei variaties voor in zowel de teksten als de platenreeksen. Kuniko Forrer (Universiteit van Amsterdam) is er in geslaagd om deze bibliografische wirwar te ontrafelen, en de resultaten van haar werk zijn gepubliceerd in het pas verschenen The Great Mirror of Folly. Finance, Culture, and the Crash of 1720.

uklu MvO F 113A 113 'et i-- 10 en 11 vier exx van GrTafdDwEnkele illustraties bij haar bijdrage zijn foto’s uit een van de vier exemplaren van het Tafereel die de UB bezit, uklu M.v.O. [Museum van Oudheden] F 113 (ook beschikbaar in Tempo, The Early Modern Pamphlets Online).

Alle vier exemplaren zijn in de catalogus beschreven. Een van de onderdelen, Het dwergentoneel, is integraal gereproduceerd in Facsimile, de beeldbank van de UB.

MS 10, a codex copied in Groningen in 1455

Groningen_UB_10_achterplat jpgMS 10 is a miscellany with a number of theological text by various authors, among them Aelred of Rievaulx, Augustine, Bernard of Clairvaux, Bonaventure, Hugh of Folieto, Hugh of St Victor, and Isidore of Seville. A full list may be found in the catalogue entry.

The volume consists of 251 folio-sized paper leaves. It still has its original binding of brown leather over wood, with a simple blind-stamped decoration and two fastenings. At the top of the back cover, some holes and imprints in the leather show that at some time the codex was chained to a bookcase.  According to the colophon at the end of the volume, all these texts were copied by Johannes Wolteri, a priest at St Walburg Church in Groningen, and the work was finished on December 16, 1455: the Tuesday before  the feast of St Thomas the Apostle. This holiday is celebrated on December 21, which was a Sunday in 1455.

hs-10-fol-251v-colofon.jpg fol. 251v Colofon

 

One of the texts transcribed by Johannes Wolteri is Soliloquium de arrha animae (Soliloquy on the earnest money of the soul) by Hugh of St Victor (c. 1096-1141), a dialogue between a man and his soul. According to Kevin Herbert, who translated it into English, the ‘purpose of the work is to direct the soul toward a true love of self, an attitude which is identical with a love of God’ (p. [11]).

groningen_ub_hs_10_77r.jpg fol. 77r groningen_ub_hs_10_77v.jpg fol. 77v

Each text opens with an initial, and sometimes chapters are decorated with one as well. They are reproduced below, together with some other significant details.

hs-10-fol-1r-initiaal.jpg fol. 1rhs-10-fol-1r-initiaal-rood.jpg fol. 1rhs-10-fol-77r-initiaal.jpg fol. 77r

hs-10-fol-85v-initiaal-linker-kolom.jpg fol. 85vhs-10-fol-85v-initiaal-rechter-kolom.jpg fol. 85vhs-10-fol-138v-hele-bladzijde.jpg fol. 138v

hs-10-fol-138v-initiaal-linker-kolom.jpg fol. 138v hs-10-fol-138v-rode-initiaal-rechter-kolom.jpg fol. 138vhs-10-fol-138v-blauwe-initiaal-rechter-kolom.jpg fol. 138v

hs-10-fol-152v-initiaal.jpg fol. 152vhs-10-fol-153r-initiaal.jpg fol. 153rhs-10-fol-170r-initiaal.jpg fol. 170r

hs-10-fol-181v-initiaal.jpg fol. 181vhs-10-fol-194r-initiaal-2.jpg fol. 194rhs-10-fol-198v-initiaal-2.jpg fol. 198v

hs-10-fol-223r-initiaal-2.jpg fol. 223rhs-10-fol-248r-initiaal-2.jpg fol. 248r

 

Het is een mooi gebruik dat de Vereniging van Vrienden van de UB Groningen tijdens haar jaarvergadering een interessant en bijzonder boekwerk aan de Bibliotheek ten geschenke geeft. Voorbeelden zijn het reisverslag van Daniel Gerdes, het rekenboekje van Barend Lampe (1636) en een verzamelbandje met drukjes van Jurjen Spandaw (1715). De geschenken zijn in de catalogus te vinden door te zoeken op ‘Geschenk vrienden’ als decentrale onderwerpscode.

0b-titelpagina-klein.jpgDit jaar is als geschenk een fraai plaatwerk in groot folioformaat (64 x 45 cm) gekozen, getiteld Dipinti Murali di Pompei.  Het is een portefeuille met een titelblad, een inhoudsopgave, een inleiding in het Italiaans met een Franse vertaling, tien pagina’s toelichting, ook tweetalig, en twintig kleurenlithografieën die wandschilderingen in Pompejaanse huizen weergeven.

De samensteller is Pasquale d’Amelio, de inleiding en de uitvoerige beschrijvingen zijn van de hand van de architect, ingenieur en archeoloog Edoardo Cerillo (of Cirillo), terwijl de platen werden gemaakt door de Napolitaanse kunstenaar Vincenzo Loria (1849-1939) en het geheel is gedrukt door de firma Richter in Napels.

De fraaie grote gekleurde steendrukken tonen architectonische wandschilderingen in diverse gebouwen in Pompeii die bij negentiende-eeuwse opgravingen waren ontdekt. Ze dragen fraaie namen als het Huis van de Tragische Dichter:

 

8-maison-du-poete-tragique-verkleind.jpg

8-maison-du-poete-tragique-detail.jpg

Deze wand is deel van de decoratie van een triclinium, een eetkamer. Mocht tijdens de maaltijd de conversatie stokken, dan hadden de gasten alle gelegenheid om zich te verbazen over de vele details in deze schilderingen.

Het Huis van Castor en Pollux wordt zo genoemd omdat de beide broers op een fresco staan afgebeeld. Deze uitbundige versiering is aangebracht op een wand in het tablinum, een werk- of studeerruimte:

9-maison-de-castor-et-pollux-verkleind.jpg

9-maison-de-castor-et-pollux-detail.jpg

Tamelijk dramatisch ziet de decoratie in het Huis met de Zwarte Wanden er uit:

7-maison-de-la-paroi-noire-verkleind.jpg

Dipinti Murali werd goed ontvangen, zoals blijkt uit de “Documenti ed Apprezzamenti”

casa-dei-vettii-documenti-ed-apprezzamenti-verkleind.jpg

die zijn opgenomen in het supplement, dat geheel gewijd is aan het Huis van de Vettii, dat in 1895 werd opgegraven. Dit deel was al aanwezig in de bibliotheek van het Archeologisch Instituut, dat het ter gelegenheid van de verwerving van Dipinti Murali intussen aan de UB heeft overgedragen, zodat de set nu compleet is.

casa-dei-vettii-omslag-verkleind.jpg

Een van de acht platen is een impressie van het peristilium, de met zuilen omgeven binnentuin, geschilderd door Vincenzo Loria:

casa-dei-vettii-peristilio-verkleind.jpg

Hieronder de oostwand van de oecus, de voornaamste ruimte in het huis, gebruikt als salon of eetzaal:

casa-dei-vettii-parete-orientale-verkleind.jpg

De opzienbarende ontdekkingen die bij de opgravingen in Pompeii werden gedaan trokken heel veel aandacht. Talrijke bezoekers, vooral hooggeplaatsten, lieten zich er rondleiden, en er verschenen allerlei publicaties. Dipinti Murali past dan ook in een traditie. Vergelijkbare werken in bezit van onze bibliotheek zijn bijvoorbeeld Die Wanddekorationen in Pompeji van Emil Presuhn (Leipzig 1877), met 24 chromolithografieën, maar op een veel kleiner formaat (ca. 34×25 cm):

presuhn-iv-reg-vi-ins-xiv-n-20-verkleind.jpg

onder meer van deze wand in een triclinum, met details die naar Egypte verwijzen.

Vijf jaar later publiceerde een andere Duitse archeoloog, August Mau, zijn Geschichte der decorativen Wandmalerei in Pompeji (Berlijn 1882).

mau-eerste-stijl-huis-van-sallustius-verkleind.jpg

Mau is degene die de nog steeds gehanteerde verdeling in vier stijlen van Romeinse wandschilderkunst definieerde. De decoratie hierboven is in de eerste stijl (ca. 150-80), en bevindt zich in het atrium van het Huis van Sallustius, dat zo genoemd wordt naar een oproep op de gevel van het gebouw om te stemmen op een zekere Gaius Sallustius.

Op 20 juni 1887 schreef The New York Times dat Dipinti Murali di Pompei in een kleine oplaag was verschenen en dat de prijs van de set $75 bedroeg. Daar werd aan toegevoegd dat ‘If the publisher receives encouragement here the American edition will be 100 copies’, maar het lijkt er niet op dat die er ooit gekomen is.

Het werk is natuurlijk een fraai plaatwerk, maar het diende ook als voorbeeldboek voor kunstschilders. Onze nieuwe aanwinst is rond 1913 aangeschaft door de toen in Amsterdam werkzame schilder Servais Braham sr., die onder meer wand- en plafondschilderingen in kerken en kapellen vervaardigde.

Zo is het geschenk van de Vrienden van de UB niet alleen een prachtig werk op zich, het heeft ook een interessante herkomst en is tevens een uitstekende aanvulling op een kleine collectie, die hiermee weer eens onder de aandacht gebracht kan worden.

Provenances 2: Ubbo Emmius

uklu-1c-2475-eig-u-emmius-detail-titelblad.jpg

Groningen university’s impending fourth-centenary celebrations call for a post on books formerly in the possession of its first Rector Magnificus, Ubbo Emmius (1547-1625). As a scholar with a particular interest in history, Emmius must have owned a considerable collection of books. Among them was this copy of Emanuel van Meteren, Belgische ofte Nederlantsche Historie (Delft: Jacob Cornelisz Vennecool, 1599):

uklu-1c-2475-eig-u-emmius-titelblad.jpg

On the title page, the note “Ubbo Emmius me possidet” proves that it once stood on a shelf in the Emmius residence. Since 1980, it is in Groningen University Library (shelfmark uklu 1C 2475). Numerous marginal notes show that Emmius used it as a working copy when preparing his magnum opus Rerum Frisicarum historia.

uklu-1c-2475-eig-u-emmius-fol-53r-met-aant-ue.jpg

Emmius’ handwriting is well known from other books annotated by him, such as the Chronicle of Wittewierum (see a previous post), his correspondence and contributions to alba amicorum. A fine specimen of an inscription is in the album of Herman Pricker, of Emden in Ostfriesland (UBG MS 214 M).

uklu-hs-214-m-ubbo-3.jpg

It is dated in Strassburg in 1576: Emmius must have met Pricker on his journey to Geneva, where he studied for a few years with Calvin’s pupil Theodorus Beza.

A collection of the speeches delivered during the official inauguration of the university at Groningen, in August 1614, has Emmius’ name on the title page (shelfmark uklu ‘jo g 5 1):

uklu-jo-g-5-1-1.jpg

uklu-jo-g-5-1-1-detail-naam-emmius.jpg

Another part in this composite volume, the text of an address by Henricus Alting to Friedrich V, the Elector Palatine, was sent by the author to Emmius, who noted the date of its arrival:

uklu-jo-g-5-1-7.jpg

uklu-jo-g-5-1-7-detail-aantek.jpg

Until now, no printed auction catalogue of Emmius’ library has come to light. After his death in 1625, the books may have gone to members of his family and to learned friends, and from there they found homes in many different places.

One example from just across the provincial border is in the list of postincunables in Tresoar, Leeuwarden, compiled by Martin Engels. No. 95 describes a copy of Widukind of Corvey’s Rerum ab Henrico et Ottone I. impp. gestarum libri III (Basel: Johannes Hervagius, 1532; shelfmark 1092 G fol), which is marked ‘Sum Ubbonis Emmii 1601′. Later the book was owned by Georgius Nicolai, who matriculated in Franeker on October 23, 1611, to read theology (Album Studiosorum Academiae Franekerensis, p. 50, no. 1320) in preparation for his career as a Lutheran minister, first in Alkmaar (1639-1640), where he also taught at the town school,  then in Hoorn (1640-1661).

utas-ambrosius-emmius-titelp.jpg

(the picture is copied from: http://eprints.utas.edu.au/8687/1/bk_51_ambrose_binding.jpg. It is also published in Rodney M. Thomson, From Manuscript to Print, Hobart 2008, p. 78, as is the picture of the book’s binding, see below)

Very recently I learned of a book from Emmius’ library that had crossed many more borders. One of the speakers at the highly enjoyable colloquium on “Writing the Classics”, organised earlier this month in Leiden by Erik Kwakkel and his team of the Vidi project “Turning a New Leaf: Manuscript Innovation the Twelfth-Century Renaissance“,  was Rodney Thomson of the University of Tasmania. Surprisingly, it turned out that we had a common acquaintance in Ubbo Emmius: Dr Thomson told me that the UTas library owns volumes four and five, bound in one,  of St Ambrose’s Opera edited by Erasmus, of the set of five volumes published in Basel by Hieronymus Froben and his brother-in-law Nicolaus Episcopius in 1555. On the title page of the fourth volume Ubbo’s ownership is proclaimed:

utas-ambrosius-emmius-titelp-naam.jpg

utas-ambrose-emmius-binding.jpg

In the construction of the contemporary blind-tooled binding (picture from the UTAS ePrints repository: http://eprints.utas.edu.au/8687/1/bk_51_ambrose_binding.jpg) some manuscript fragments appear to have been used. It would be interesting to compare the binding with similar Dutch/German ones in our own collection to find out if there is a connection and if these fragments might even be remnants of manuscripts once present in libraries in Groningen town and province.

Ubbo Emmius would surely have been glad to see that the worldwide scholarly network is functioning so well and that his own fame has even reached the other end of the world!

Provenances 1: Samuel Iperuszoon Wiselius

Provenance history is based on lots and lots of details, and as it is often difficult to remember where one has seen a particular exlibris, coat of arms, motto, etc., let alone which names are attached to it. I plan to use this weblog to post specimina found in our collections. They will be placed in the category ‘provenance’, so easily traceable. Unfortunately, in our library catalogue the names of previous owners are not – yet – searchable, so readers looking for a particular owner should feel free to use the option ‘Reacties’ (at the end of the column to the right of these posts) to ask their questions.

The first example is the exlibris of Samuel Iperuszoon Wiselius (1769-1845) , owner of our 1621 copy – shelfmark uklu ‘ep ‘ep e 29 – of Jan Jansz. Starter’s Friesche Lust-hof.

exlibris-uklu-ep-ep-e-29-si-wiselius.jpg

The exlibris is on the front pastedown.

Mottos:

“Oculus in metam”,”Dulcia non meruit qui non gustavit amara”, “Virtus nobilitat”.

Through the Internet, other books from Wiselius’s library, which was auctioned in Amsterdam in 1845, may be found in rare book dealers’ web sites, such as this one, or in sites dedicated to a particular author or theme, such as this one.

The book itself is now exhibited in the Historic Centre in Leeuwarden as part of the exhibition Leeuwarden in de Gouden Eeuw.

luther-hab.jpgBreaking news” in de Duitse en Nederlandse pers: in de Herzog August Bibliothek in Wolfenbüttel zijn aantekeningen van de jonge Maarten Luther gevonden. De Heidelberger theoloog Ulrich Bubenheimer herkende in de notities bijgeschreven in de marges van een verzamelband, een boek waarin verschillende boeken bijeengeboden zijn, het handschrift van Luther. Ze staan vooral bij teksten van Baptista Mantuanus (1448-1516), een karmeliet, Italiaanse dichter en humanist. Als jonge man, waarschijnlijk tijdens zijn studietijd in Erfurt, las Luther (1483-1546) het werk van zijn oudere tijdgenoot.

Ook de Groningse UB bezit een boek waarin Luther zich als lezer heeft gemanifesteerd: HS 494 (zie daarover een eerdere post). Hieronder een paar specimina van zijn handschrift, dat twee decennia later niet wezenlijk veranderd is.

hs-494-p011.jpg De meeste aantekeningen zijn in het Latijn en, zoals hier, het Grieks.

hs-494-p058.jpgHet commentaar in rode inkt is van een latere eigenaar, Regnerus Praedinius (1510-1559), rector van de Latijnse School te Groningen.

hs-494-p-215-joh-ii-du-bist-ein-bube-met-onderstreepte-tekst.jpg Luthers notities zijn soms recht uit het hart, en dan ook in het Duits, zoals deze direct tegen Erasmus gericht: ‘Du bist ein Bube’.

Jan van Maanen, professor of the history of mathematics at Groningen University, recently presented to the library five drawings which for a long time had been kept in an office in the Mathematical Institute. To avoid them getting lost, as ever fewer people recognise the importance of these papers, it was decided to transfer them to Special Collections.

alicia_boole_stott.jpgIn 1914, on the occasion of its third centenary, Groningen University awarded an honorary doctorate to Alicia Boole Stott (1860-1940),  third daughter of George Boole (he of the Boolean operators), and a self-taught mathematician.  As it says in her biography in Wikipedia, she is best known for coining the term “polytope” for a convex solid in four dimensions, and having an impressive grasp of four-dimensional geometry from a very early age.

Chapter 5 of Irene Polo-Blanco’s dissertation Theory and history of geometric models, defended in Groningen in 2007, gives a full discussion of Boole Stott’s life and mathematics, and of some of the illustrations now kept in Special Collections, which were made by her.

The photographs below, made by Dirk Fennema, are very large, so please click on the pictures to get a view of the complete item, and click again for an enlargement.

The largest drawing shows ‘Diagonal sections of the 120 cell’ (cf. Polo-Blanco 2007, p. 150). The strip of paper is about 3910 mm long and 327-330 mm high. It is made up of six parts, measuring, from left to right, c. 1479, 365, 94, 320, 393, and 1504 mm.

boole-stott-3-diagonal-sections-of-the-120-cell.jpgPinpricks are visible in the corners as well as the upper and lower borders. As there was and still is no space to keep such long papers on a flat surface, they have been stored as rolls.

Below are ‘Diagrams of sections of the 600 cell, shewing the system of colouring. Each figure is 1/4 of a shape. Alicia Stott.’ (cf. Polo-Blanco 2007, p. 151.)

boole-stott-2-perpendicular-sections-of-the-600-cell.jpg

The figures are drawn on a strip that is made up of seven leaves, all folded in the middle. Each one measures 405×259 mm; the complete roll is 2775 mm long. The first, fourth and fifth leaves are reinforced with tape at the back.

The next drawing illustrates parallel sections of the 600 cell. It measures 2181×330 mm, and is made up of two leaves, the left one measuring 973×330 mm, the right one 1263×330 mm.boole-stott-4.jpg

Finally there are two smaller drawings:

boole-stott-pl-5.jpg

Measurements: length 993 mm at the top, 986 mm at the bottom; height at left 646 mm, at right 634 mm.

boole-stott-pl-1-verkleind.jpgMeasurements: 554×259 mm.

The catalogue description is here.

Groningen’s University Museum has a collection of three-dimensional models of four-dimensional polytopes, also prepared by Alicia Boole Stott.boole-stott-1-kastje-met-kap.jpg

Its contents are described as:

“No. 1. Models prepared by Mrs A. Boole-Stott, Liscard, Cheshire, England] of sections of cell C120 (at right angles with OR0) and of cel C600 (at right angles with OE0) by positioning in parallel position showing the dissolution of the 120 centres of the bordering dodecahedron of C120 and the 120 vertexes of C600 in the vertexes of five cells C24.

(Compare about the horizontal calibration/graduation: Regelmässige Schnitte, usw.|, Verhandelingen der Kon. Akad. v. Wetensch. Amsterdam, eerste sectie, deel IX. no. 4, 1907).”

Without the glass cover they look like this:

boole-stott-2.jpg

and here they are shown from another angle:

boole-stott-3.jpg

and finally here is a detail of the orange/yellow models at the far end:

boole-stott-4-oranje-en-geel-oranje.jpg

The five drawings are also reproduced in our image database, Facsimile.

oudere berichten »