RSS

Jan van Maanen, professor of the history of mathematics at Groningen University, recently presented to the library five drawings which for a long time had been kept in an office in the Mathematical Institute. To avoid them getting lost, as ever fewer people recognise the importance of these papers, it was decided to transfer them to Special Collections.

Diagonal sections of the 120 cell (NB: please click on the pictures to get a view of the complete item, and click again for an enlargement):

boole-stott-3-diagonal-sections-of-the-120-cell.jpg

These are ‘Diagrams of sections of the 600 cell, shewing the system of colouring. Each figure is 1/4 of a shape. Alicia Stott.’

boole-stott-2-perpendicular-sections-of-the-600-cell.jpg

Parallel sections of the 600 cell:

boole-stott-4.jpg

Two other drawings:

boole-stott-pl-5.jpg

boole-stott-pl-1-verkleind.jpg

(These photographs are the work of Dirk Fennema)

In 1914, on the occasion of its third centenary, Groningen University awarded an honorary doctorate Alicia Boole Stott (1860-1940),  third daughter of George Boole (he of the Boolean operators), and a self-taught mathematician.

Groningen’s University Museum has a collection of three-dimensional models prepared by Mrs Boole Stott.

boole-stott-1-kastje-met-kap.jpg

Its contents are described as: “No. 1. Models prepared by Mrs A. Boole-Stott, Liscard, Cheshire, England] of sections of cell C120 (at right angles with OR0) and of cel C600 (at right angles with OE0) by positioning in parallel position showing the dissolution of the 120 centres of the bordering dodecahedron of C120 and the 120 vertexes of C600 in the vertexes of five cells C24.

(Compare about the horizontal calibration/graduation”Regelmässige Schnitte, usw.|, Verhandelingen der Kon. Akad. v. Wetensch. Amsterdam, eerste sectie, deel IX. no. 4, 1907).”

Without the glass cover they look like this:

boole-stott-2.jpg

and here they are shown from another angle:

boole-stott-3.jpg

and finally here is a detail of the orange/yellow models at the far end:

boole-stott-4-oranje-en-geel-oranje.jpg

The catalogue description still needs some more details.

The five drawings are also reproduced in our image database, Facsimile.

Academische collecties online

default1.jpgOp 30 november 2012  lanceerde de Stichting Academisch Erfgoed (SAE) een website die het mogelijk maakt om erfgoedcollecties van negen Nederlandse universiteiten de doorzoeken. Vooralsnog betreft het een keuze uit de verzamelingen van de Universiteiten van Amsterdam, Leiden, Maastricht en Utrecht, de Technische Universiteiten van Delft en Eindhoven, de Vrije Universiteit, Wageningen UR en de Rijksuniversiteit Groningen.

Op academischecollecties.nl kan gezocht worden op museum-, bibliotheek- en archiefcollecties.

Voor Groningen is een aantal collecties beheerd door het Universiteitsmuseum te bekijken en doorzoeken, zoals de verzamelingen onderwijsplaten, hooglerarenportretten, anatomische platen en objecten, en de historische collecties RUG en studentenleven en van het UMCG. Er zullen er vast meer volgen, en het is de bedoeling dat ook bibliotheekcollecties worden ingebracht.

kiers.jpgIn het Universiteitsmuseum hier ter stede blijkt een portretminiatuur te worden bewaard waarop de jonge Willem V staat afgebeeld die door Adecco Willem (de) Kiers  wordt onderwezen in de vestingbouwkunde. Volgens mededeling van Egge Knol van het Groninger Museum is deze miniatuur, die is geschilderd op been, in 1939 aan het Groninger Museum geschonken door mevrouw H.G. Fercken-Poll te IJmuiden, samen met het album amicorum van Adecco’s oudere broer Klaas Willem, ook een ingenieur. De schenking is beschreven in brieven die zich bevinden in het - niet openbaar toegankelijke - archief van het Groninger Museum, no. 1939-48 en 71. Wanneer precies beide stukken aan het Universiteitsmuseum resp. de UB zijn overgedragen is - nog - niet bekend.

HS 116, de Kroniek van Emo en Menko, of de Kroniek van Wittewierum, is intussen geheel door te bladeren en te lezen in onze gedigitaliseerde collecties. De volgorde van de plaatjes is nog niet helemaal goed - de foto’s van de eerste bladen staan helemaal onderaan in de rij - maar daar wordt aan gewerkt.

Voor degenen die onlangs het origineel goed hebben bekeken: ja, het boek is inderdaad herbonden. De perkamenten band waarin het was gestoken was te strak, waardoor de perkamenten bladen gingen vervormen (zie voor foto’s een eerder bericht).

Dankzij een bijdrage van het Atlasfonds, tegenwoordig de Stichting Boek en Wurm, kon een nieuwe, eenvoudige band van eikenhouten borden met een onbeklede rug worden gemaakt door Restauratieatelier Meridiaan te Amsterdam. Extra bescherming geeft een op maat gemaakte doos.

hs-116-doos-en-boek-ernaast.jpg

In een los hoesje is de in het Latijn geschreven brief (klik hier voor de voorkant) gestoken die W.J.Koppius in 1852 richtte aan bibliothecaris W.A. Enschedé om de schenking van het handschrift aan de Universiteitsbibliotheek mee te delen. De binnenzijde van de brief staat hieronder afgebeeld.

groningen_ub_116_005-brief-binnenkant.jpg

Naar aanleiding van een verzoek vanuit Hongarije volgen hier enkele afbeeldingen van HS 159, met de Elegiae van Propertius, een Latijnse dichter die leefde van ca. 50-15 v. Chr. Het boekje is in de tweede helft van de vijftiende eeuw in Italië geschreven, op perkament en in een humanistisch schrift. Het verkeert in niet al te beste staat: het boekblok ligt gedeeltelijk los.

De eerste bladzijde is gedecoreerd met een gouden initiaal en penwerk, en de titel is in verschillend gekleurde kapitalen geschreven, maar het effect hiervan wordt door een ongelukkig geplaatst stempel deels te niet gedaan.

groningen_ub_159_schutblad-v-001r.jpg

Het handschrift is opgenomen in de in 1669 verschenen bibliotheekcatalogus. Namen van twee eerdere eigenaars staan genoemd op het eerste blad: in de rechterbovenhoek ‘Antuerpiæ A. Schotti’  en in de ondermarge ‘Ex libris Sambuci pann’. Dat ‘pann’ is een afkorting van ‘pannonii’, Hongaars, want de medicus, filoloog en historicus  Johannes Sambucus (1531-1584) werd geboren als János Zsámboky in Nagyszombat, dat tegenwoordig Trnava heet en in Slowakije ligt. Andreas Schottus (1552-1629) was een uit Vlaanderen afkomstige Jezuiet die als filoloog gewerkt heeft in Zaragoza, Toledo, Rome en Antwerpen.

Uit een brief die de classicus Joan van Broekhuizen (Janus Broukhusius, 1649-1707) in 1687 richtte aan Johannes Mensinga (1635-1698), hoogleraar geschiedenis in welsprekendheid te Groningen, weten we nog wat meer over de herkomstgeschiedenis van HS 159. Broukhusius verzorgde een uitgave van de gedichten van Propertius, in 1702 te Amsterdam verschenen.

ubg-hs-209-tp.JPG

Het Groningse exemplaar van dit boek is ondergebracht in de collectie handschriften omdat op het schutblad voorin, tegenover de gegraveerde titelpagina, die brief van Broukhusius aan Mensinga is gekopieerd:

ubg-hs-209-brief-broukhusius.JPG

Op de achtergrond van de voorstelling op de titelpagina (de naam van de maker, Joseph Mulder, staat in de rechterbenedenhoek: ‘J. Mulder del. et scul.’) is een historisch niet geheel verantwoord stadsgezicht van Rome afgebeeld:

ubg-hs-209-gegr-tp.jpg

Broukhusius bedankt Mensinga omdat die het Propertius-handschrift naar hem in Amsterdam had gestuurd zodat hij het uitvoerig kon bestuderen. Verder vertelt hij dat het boekje, een zeldzaam maar goed exemplaar (’quanto rarior est tam bonae mercis copia’), door Sambucus was geschonken aan Johannes Posthius (1537-1597), een Duitse dichter en arts. Vervolgens kwam het terecht bij een in de ogen van Broukhusius niet veel betekenende geleerde: ‘Eo postea usus est Janus Mellerus Palmerius, sed satis infeliciter, non dicam inepte.’ Gelukkig kwam het daarna in handen van de Vlaming Franciscus Modius (1556-1597), wiens lijst van variante lezingen Broukhusius had gekregen van de Utrechtse hoogleraar Johann Georg Graevius (1632-1703).

Een samenvatting van deze brief is uitgegeven door J.A. Worp in zijn selectie van Broukhusius’ correspondentie verschenen in het Programma van de Jaarlijksche Promotie en Prijsuitdeeling onder de leerlingen van het Gymnasium te Groningen, te houden op zaterdag den 13 juli 1889, des namiddags te twee uur, in de Bovenzaal van het Concerthuis. Het programma, gevolgd door de ‘Staat van het Gymnasium’, het ‘Ontwerp-Programma van het onderwijs’ en de catalogus van de ‘Bibliotheek van het Gymnasium’, in totaal 26 pagina’s, vormen de aanloop tot Worps publicatie van 180 pp.

In het handschrift is op het schutblad een in een pietepeuterig schrift gesteld verhaal te lezen over het belang dat filologen in de loop der tijden aan dit handschrift hebben gehecht.

groningen_ub_159_schutblad-tekst.jpg

De auteur hiervan is me nog niet bekend.

Een paar foto’s van andere openingen en van de voor- en achterkant van de band zijn toegevoegd aan de beschrijving van het handschrift in ‘Medieval Manuscripts in Dutch Collections’.

De taartenbakker van Madrigal: HS Add. 37

ub-hs-add-37-ar-wab.jpgIn de verzameling handschriften Addenda — zo genoemd omdat ze verworven zijn na publicatie, in 1898, van de door H. Brugmans samengestelde handschriftencatalogus — bevindt zich een boek met een wat verkreukeld perkamenten omslag. De op de rug geschreven titel is niet zo duidelijk meer, maar het moeten ongeveer dezelfde woorden zijn als die op de banderolle vastgehouden door een engel afgebeeld op het eerste schutblad: El Pastelero di Madrigal, de taartenbakker van Madrigal.

Lezers die zich nu verheugen op een verhaal over muziek en/of zoetigheden zullen teleurgesteld worden, want daar heeft dit boek niets mee van doen: dit handschrift, nr. 37, bevat de geschiedenis van een zestiende-eeuwse pretendent op de Portugese troon.

In 1578, in de slag bij Alcazarquivir tussen Portugese en Marokkaanse troepen, was Sebastiaan I van Portugal gesneuveld. Omdat het lichaam van de jonge koning niet meteen vanuit Noord-Marokko naar zijn vaderland kon worden overgebracht, ontstonden er allerlei geruchten dat hij niet dood was maar de strijd had overleefd en op een dag als een held zou terugkeren. Die hoop op een soort messias werd alleen maar groter nadat in 1580 Portugal onder Spaans bewind was gekomen, toen Filips II de troon in bezit nam.  In de volgende decennia doken er diverse valse Sebastiaans op, zoals een zekere Gabriel de Espinosa, die in 1594 in Valladolid verscheen en zich voordeed als de doodgewaande koning. Hij leek verwikkeld te zijn in een samenzwering waar onder meer de prior van het klooster in Madrigal de las Altas Terras en een van de nonnen, een buitenechtelijke dochter van een halfbroer van koning Filips II, deel van uitmaakten. Na een lang en ingewikkeld onderzoek, dat veel vragen onbeantwoord liet, werd Espinosa in 1595 ter dood gebracht. Er bestaan een uitgebreide literatuur over de Madrigal samenzwering. Een heldere uiteenzetting in het Engels is te vinden in, bijvoorbeeld, Mary E. Brooks, A King for Portugal (1964).

Meteen in 1595 verscheen er al een Historia de Gabriel de Espinosa. Van deze uitgave lijkt geen exemplaar bewaard gebleven te zijn, althans niet in openbaar bezit. De tekst is opnieuw gedrukt in 1683, in Jerez, en nog eens in 1785, in Madrid.

ub-ep-o-be-55-1.jpgub-ep-o-be-55-55.jpgHet handschrift Add. 37 bevindt zich sinds 1924 in de bibliotheek. Het maakt deel uit van de schenking van Fonger de Haan (1859-1930), hoogleraar Spaans aan Boston University, die tevergeefs had geprobeerd steun te werven  voor de oprichting van een studie hispanistiek in Groningen.

In diezelfde verzameling bevindt zich ook een gedrukt boekje, zonder titelpagina, waaraan in de catalogus als jaar van uitgave 1785 is toegekend, maar het lijkt me toch een exemplaar van de editie van 1683 te zijn. Dat is niet alleen omdat het aantal bladzijden niet overeenkomt met andere beschrijvingen van de 1785 editie, maar vooral omdat het vrijwel identiek is met de uitgave van 1683 die in Google books is opgenomen, en in een betere versie beschikbaar is op de site  van de BNE. Vrijwel, want bij precies kijken valt op dat de laatste pagina in die gedigitaliseerde exemplaren van een ander zetsel is en een colofon bevat: ‘Ex Xerèz: Por Juan Antonio de Tarazona, Año de 1683.’, dat in het Groningse boek ontbreekt. Letten  we op de plaatsing van de katernsignaturen (de vingerafdruk, in het bibliografische jargon), dan blijken ook die te verschillen. De catalogus van Princeton zegt: There are two eds. of 1683, of [58] p., signatures A-G⁴, and 96 p., signatures A-M⁴. Het UB-exemplaar, met signaturen A-G⁴ — maar met 56 blz., wat overeenkomt met zeven katernen van elk acht blz. — zou dus op zijn beurt een variant van de eerste editie te zijn. (De drukgeschiedenis is blijkbaar gecompliceerd, want de Catálogo BNE vermeldt ook minstens twee versies van de uitgave met 96 pp.)

ub-hs-add-37-iii-wab.jpgOp p. 3 van HS Add 37 staat het jaar 1683 vermeld, maar of dat verwijst naar de gedrukte Historia? Mogelijk kan een lezer van Wereldaanboeken hier helderheid verschaffen.  Een vluchtige vergelijking leert dat de tekst verschilt van die in de gedrukte versie. Mogelijk een aardig onderwerp voor een scriptie, om eens uit te zoeken hoe de verhouding tussen beide precies ligt?

Adriaan Gilles Camper op Giglio in 1788

adriaan-gilles-camper.jpgOver het eiland Giglio had ik een aantal jaren geleden al wel iets gelezen, maar toen het tien dagen geleden in het nieuws kwam, bleek het toch in een verre vergeethoek geraakt. Gelukkig wist IJnte Botke nog heel goed dat in 1788 Adriaan Gilles Camper Giglio heeft bezocht — natuurlijk niet met een cruiseschip, maar met een simpele zeilboot — op zijn speurtocht naar geologische specimina (zie daarover zijn zeer lezenswaardige bijdrage ‘”Je recueille toujours de pierres”. Adriaan Gilles Camper in Italië, 1787-1788′ in Ziedaar Italië! Vijf eeuwen Friezen en Groningers in Italië. Franeker 1998.

In de jaren 1786-1788 trok Adriaan Gilles Camper (1759-1820) door Frankrijk en Italië om geleerden en beroemdheden te ontmoeten en bezienswaardigheden en collecties van kunst en naturalia te bezichtigen. Zijn voornaamste opdracht was het verzamelen van mineralen, gesteente en fossielen. Die waren bestemd voor het natuurkundig kabinet van zijn vader, de veelzijdige geleerde en tekenaar/schilder Petrus Camper (1722-1789), die in 1763 aan de Universiteit te Groningen benoemd was tot hoogleraar in de ‘genees-, heel-, ontleed- en kruidkunde’, maar tien jaar later vertrok naar Franeker. Het ‘Museum Camperianum’ is in 1822 aan de Groningse Universiteit geschonken; een deel is verloren gegaan bij de brand van het Academiegebouw in 1906, wat bewaard bleef bevindt zich nu in het Universiteitsmuseum.

camper-totaal.jpgAdriaan had reiservaring opgedaan toen hij in gezelschap van zijn vader Frankrijk en Duitsland had bezocht, zodat hij redelijk voorbereid was om in zijn eentje op stap te gaan. Onderweg stuurde hij brieven naar huis met verslagen van zijn wederwaardigheden, brieven die nu in de Bibliotheek worden bewaard in een collectie waar ook de antwoorden van vader Camper deel van uitmaken. Voor de moderne lezer — als die tenminste het Frans beheerst — vormen ze een rijke bron van informatie. We zijn bezig om ze in te voeren in Digital Collections, met de door Aldert Polman gemaakte transcripties.

camper-brief-datering.jpg

De beschrijving van Giglio staat in een brief gedateerd op 8 mei 1788 “aan boord van de feloek St Antonio de Padova tussen St Stefano en het eiland Elba”:

camper-brief-giglio1.jpg

“Ik begaf me vervolgens naar Orbetello waar ik was gerecommandeerd aan een zekere Ferrini, een man die me belangrijke diensten heeft bewezen en een goede gids voor me regelde voor het eiland Giglio waar ik zondagavond aankwam. Dit eiland is een grote granieten rots met een omtrek van zo’n 38 mijl, op een verhoging van meer dan 2000 voet, grof geschat op het oog. Bovenop ligt een stadje dat versterkt is met muren en een fort en wordt bewaakt door 8 kanonnen. Ik logeerde bij een priester aan wie ik de reden van mijn komst uitlegde en we vonden al snel enige boeren die wat schorl [zwarte toermalijn] hadden dat ik wilde hebben. Voor het bedrag dat ik hen

camper-brief-giglio2.jpg

betaalde gingen ze de volgende dag bijna allemaal zulke stenen zoeken en toen ik ’s avonds terugkwam van mijn wandeling was ik weldra omringd door mensen beladen met stenen. Ik maakte een keuze waarmee ik een kist kon vullen. Ik bleef er nog een halve dag op dinsdag waarna we terugkeerden naar de haven van St Stefano die ligt aan  het meer en de lagune van Orbetello.”

Porto Santo Stefano ligt aan de noordkant van het schiereiland Monte Argentario, Toscane (aan de zuidkant bevindt zich Porto Ercole, bekend bij de Oranjes), Orbetello ligt tussen Monte Argentario en het vasteland.

Tekening van Dorothea Kreps (1734-1772)

Omdat in de biografie van de kunstenares Dorothea Kreps in het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland staat vermeld dat er nauwelijks werk van haar bekend is, lijkt het de moeite waard om haar fraaie tekening in het album amicorum van Klaas Willem Kiers (zie daarover een eerder bericht, en de website Digital Collections, waar het hele boek door te bladeren is) hier apart af te beelden.

ub_hs_add_224_062-dorothea-kreps.jpg

Dorothea Kreps was de dochter van bollenkweker Jan Kreps, die eerst in Heemstede en vervolgens in Haarlem werkte, en echtgenote van de  hortulanus van de Amsterdamse Hortus Medicus, Johannes Storm. Waar haar belangstelling voor bloemen en planten vandaan kwam is daarmee wel duidelijk. Ze had zelfs een atelier in de Hortus, en een van haar tekeningen is opgenomen in de Moninckx Atlas, de grote verzameling afbeeldingen van planten in de Hortus.

Bijzondere collecties gaan digitaal

rug_header_engldefinitef_111111fuzz.jpg

De eerste stukken uit onze bijzondere collecties zijn nu ook digitaal te bekijken. Het gaat om de verzameling papyrusfragmenten, een deel van de brieven van Petrus Camper, muziekfragmenten die als schutbladen in een incunabel zijn gebruikt, en een van de handschriften van Frans van Schooten. Dit is nog maar een eerste begin, dus houdt de speciale website Digital collections University of Groningen in de gaten.

De Christmann-collectie, aanvulling

De lijst van oosterse boeken die van rector Borgesius werden gekocht beslaat twee bladzijden in de Syllabus, de handgeschreven catalogus van de bibliotheek. Hier gereproduceerd zijn de pagina’s uit de kalligrafische versie:

christmann-in-syllabus-1.jpg

christmann-in-syllabus-2.jpg

oudere berichten »